Dood dierbaren brengt mensen soms dichter bij elkaar

“Je bent pas dood als mensen niet meer over je praten”

We kennen allemaal het verlies van een dierbare. Maar dankzij een begraafplaats kunnen we hen na de dood nog steeds bezoeken. Een kerkhof is vaak een plaats van stilte en eenzaamheid. Toch hebben enkele lotgenoten elkaar juist op deze plek ontmoet en hebben ze steun bij elkaar gevonden.

Het kerkhof in Kontich straalt een zekere rust uit. Hier liggen mensen met verschillende achtergronden samen. Status en andere dingen spelen niet meer mee. Allemaal zijn ze verbonden in één gemeenschappelijke eigenschap: de dood.

Nieuwsartikel_kerkhof_foto 001
Het kerkhof van Kontich

Ook hun familieleden en vrienden zijn daardoor lotgenoten met elkaar. De meeste mensen verkiezen hier rustig en alleen te rouwen. Toch zijn er enkelen die steun en vooral vriendschap bij elkaar hebben gevonden. Zo ook Els (78) en Marleen (55).

Ik ontmoet Els bij het graf van haar echtgenoot, Bob, die drie jaren geleden overleed na een slepende ziekte. “Mijn man was altijd zeer fier, het was dan ook verschrikkelijk voor hem toen hij stilaan hulpbehoevend werd.” Bob kreeg een spierziekte waardoor hij steeds meer kracht verloor in zijn lichaam. Het werd zelfs zo erg dat hij zelfs niet meer in zijn tuin kon werken, iets wat hij zeer graag deed. “Hij was zo blij in zijn tuin. Hij was ook zeer geërgerd als hij er onkruid vond. Alles moest altijd perfect zijn.” Toen hij niet langer kon werken in zijn tuin, nam Els zijn werk over. “Hij zat er altijd met een stoel bij. Dan gaf hij soms aan dat ik weer wat onkruid had gemist. Wanneer ik nu in de tuin werk, kijk ik vaak naar boven en vraag ik ‘is het nu goed?'”

Els was er tot op het einde bij. Ze had de hand van haar man nog vast toen hij overleed. “Het was mijn schoonzus, een dokter, die me vertelde dat hij was overleden.” De eerste dagen leven mensen in een soort van roes. Alle aandacht gaat naar de voorbereiding van de begrafenis. Het is pas wanneer de begrafenis gedaan is dat de realiteit terugkomt. “Na drie jaar heb ik er toch vrede mee kunnen nemen maar het gemis blijf natuurlijk wel. Ik heb een groot deel van mijn leven met mijn man doorgebracht en plotseling is hij daar niet meer.” Els gelooft niet in een leven na de dood maar ze voelt de aanwezigheid van Bob soms. “Toen hij meer behulpbehoevend was geworden, moest ik hem soms helpen  met hem te scheren. Dan floot hij vanuit de badkamer om teken te geven dat ik moest komen. Kort na zijn dood hoorde ik precies hetzelfde gefluit vanuit onze badkamer.” Els ziet de dood ook niet als het einde van een persoon. “Je bent pas dood als mensen niet meer over je praten.”

Nieuwsartikel_kerkhof_foto 003
Els met een foto van haar echtgenoot, Bob

Els begrijpt maar al te goed dat mensen zich vaak eenzaam voelen na de dood van een dierbare. “Er zijn veel mensen die in een zwart gat vallen. Je bent een stuk van jezelf ook kwijt.” Enkele maanden na de dood van Bob kwam er iemand van een groep voor rouwverwerking op bezoek. “Ik heb die man vriendelijk bedankt maar ik had op dat moment geen zin om er met anderen over te praten.” Els merkte dat ook in haar vriendengroep er heel wat vrouwen waren die hun man hadden verloren. “Een keer zaten we samen met enkele vriendinnen in een restaurant. Plots kwamen we tot de vaststelling dat we met acht weduwen aan een tafel zaten.”

Verjaardagen, huwelijksdag en de overlijdensdatum zijn moeilijke dagen voor Els. “Gelukkig zorgt mijn dochter voor afleiding op die dagen.” Els komt het graf van Bob ook niet bezoeken op 1 (Allerheiligen) en 2 november. “Ik vind het soms schijnheilig van mensen die enkel op die datum hun dierbaren komen bezoeken.”

Nieuwsartikel_kerkhof_foto 002
Het graf van Bob

Els kan niet enkel op de steun van familie rekenen, ze heeft hier ook een lotgenoot gevonden. “Een jaar geleden kwam ik hier Marleen tegen en we zijn stilaan bevriend geraakt.”

Marleen’s vader overleed na een lange strijd met longkanker. “Mijn vader was een roker maar toch ging hij elk jaar langs bij de dokter om zijn longen te laten nakijken.” De vader van Marleen kreeg toen zijn diagnose maar hield dit verborgen voor zijn kinderen. “We merkte dat er iets mis was en we hebben uiteindelijk het zelf moeten horen van de dokter. Mijn vader was toen heel kwaad geworden omdat we het toen wisten.” Hij weigerde elke vorm van behandeling behalve dan pijnbestrijding. Hij heeft nog 7 jaar geleefd na zijn diagnose. “Toen mijn vader in het ziekenhuis lag, ging ik hem elke dag bezoeken. Ik was echt kapot van verdriet toen hij overleed.” Marleen had de steun van haar familie om het verdriet te verwerken, toch blijft de band met haar vader. “Wanneer je vader of je moeder sterft, verlies je ook een stuk van je jeugd.”

Marleen kwam Els een jaar geleden tegen. “Ik kom hier vaak mensen tegen maar meer dan ‘hallo’ zeg je niet.” Toch vonden Els en Marleen elkaar in hun verdriet. “We begonnen een keer met elkaar te babbelen, over een bloempot die ik had neergezet bij het graf van Bob en toen ineens was die verdwenen.” Door met elkaar te babbelen onstond er al gauw een band tussen de twee vrouwen. “We zijn hier allemaal om dezelfde reden. We praten over onze dierbaren en geven elkaar ook advies als het was moeilijker gaat.”

Els en Marleen twijfelen er wel over of een begraafplaats daadwerkelijk een ontmoetingsplaats kan zijn voor mensen. “Het is natuurlijk fijn dat wij elkaar gevonden hebben en we samen ook naar het kerkhof komen maar niet iedereen staat daar zo vlug voor open. Rouwen doen je nog steeds op jezelf, hoe moeilijk dat ook is.” Toch zijn ze het er allebei over eens dat praten met anderen helpt.

Binnenkort zal Marleen niet meer naar het kerkhof moeten komen. Het graf van haar vader verwijnt namelijk. Na 15 jaar hebben Marleen en haar familie besloten om zijn graafplaats niet meer te hernieuwen. Er komt dus een nieuw graf in plaats van dat haar vader. “Het gaat echt vreemd zijn als zijn graf hier niet meer is, dan is hij ook echt weg.”

Steeds meer mensen kiezen dan ook voor een crematie om daarna hun as te laten uitstrooien door familieleden. Els is hier geen voorstander van. “Met een graf kan je de persoon nog bezoeken. Je hebt ergens nog iets tastbaar van hen. Met zo’n crematie is alles weg.”

Wanneer Els vertrekt laat ze me nog een foto zien van Bob’s eerste achterkleinkind. “Hij heeft de geboorte niet meer kunnen meemaken maar hij wist wel dat het op komst was.” Ergens is dat het mooie aan de cyclus van het leven. Bij elke dood begint er ook een nieuw leven.

Door Lars Dierckx

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s